Voor bedrijven · Gids · Salaris

Groepsverzekering aanbieden: wat kost het je als werkgever?

Op elke euro werkgeversbijdrage in een groepsverzekering betaal je 8,86 procent RSZ en 4,4 procent premietaks, en de premie is aftrekbaar binnen de 80-procentregel. Daarmee is ze een van de goedkoopste manieren om een technisch profiel 100 euro extra te geven. De kost, de garantie van 2,50 procent, de sectorplannen en de Wijninckxbijdrage op een rij.

Gepubliceerd op · Door het AltusConnect-team · 5 min leestijd

Het korte antwoord: een werkgeversbijdrage van 100 euro in een groepsverzekering kost je ongeveer 113 euro. Je betaalt er een bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86 procent en een premietaks van 4,4 procent op, en de volledige kost is aftrekbaar als beroepskost zolang het totale pensioen binnen de 80-procentgrens blijft. Dezelfde 100 euro als brutoloon kost je minstens 125 euro aan patronale bijdragen en levert je medewerker netto vaak maar 40 tot 50 euro op. Voor wie techniekers en ingenieurs wil binden zonder de loonmassa op te blazen, is de groepsverzekering daarom het eerste instrument om naar te kijken. Hieronder wat je precies betaalt, welke garantie je aangaat, wat je sector al oplegt en waar de valkuilen zitten.

Wat je betaalt op elke euro premie

Op elke storting voor het pensioen- en het overlijdensluik ben je een bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86 procent verschuldigd, die je via de kwartaalaangifte betaalt. Niet op het solidariteitsluik van een sociaal pensioenstelsel, en niet op het deel dat de werknemer zelf bijdraagt. Daarnaast rekent de verzekeraar een premietaks van 4,4 procent aan op de premies voor de pensioen- en overlijdensdekking; sociale pensioenstelsels zijn daarvan vrijgesteld. Reken dus op 113,26 euro totale kost per 100 euro premie. De bijdrage die je medewerker zelf betaalt, wordt van zijn nettoloon ingehouden en levert hem 30 procent belastingvermindering op, meteen verrekend in de bedrijfsvoorheffing. Zet je een plan met een persoonlijke bijdrage op, dan kost dat jou niets extra en ziet je medewerker het verschil op zijn loonbrief klein blijven.

Aftrekbaar, binnen de 80-procentregel

De premies zijn aftrekbaar als beroepskost op voorwaarde dat het wettelijk en het aanvullend pensioen samen, omgerekend naar een jaarrente, niet hoger uitkomen dan 80 procent van het laatste normale brutojaarloon van de medewerker. Voor de meeste technische profielen met een bijdrage van een paar procent van het loon is die grens ver weg; ze wordt pas een aandachtspunt bij hoge lonen, korte loopbanen of forse inhaalstortingen. Je verzekeraar of pensioenfonds berekent de grens per aangeslotene en meldt het als een plan erover dreigt te gaan. Wat erboven zit, is niet aftrekbaar en wordt bij de medewerker als voordeel belast, dus laat je plan nooit zonder die toets ontwerpen.

100 euro loon of 100 euro premie: de vergelijking

Zet de twee naast elkaar voor een onderhoudstechnieker van 3.500 euro bruto. Geef je 100 euro bruto opslag, dan betaal je daar minstens 25 procent patronale RSZ bovenop, 125 euro in totaal, en in de praktijk meer door bijkomende bijdragen. Je medewerker betaalt 13,07 procent RSZ en belasting tegen zijn marginale tarief en houdt netto 40 tot 50 euro over; boven ongeveer 4.250 euro bruto zit elke extra euro in de schijf van 50 procent. Stort je dezelfde 100 euro in zijn groepsverzekering, dan kost dat jou 113 euro en komt de volle 100 euro op zijn pensioenrekening, waar het minstens 2,50 procent per jaar opbrengt. Bij de uitbetaling houdt hij er, na RIZIV-bijdrage, solidariteitsbijdrage en 10 procent belasting, ongeveer 84 procent van over als hij tot zijn pensioen werkt. Hoe die rekensom voor je medewerker loopt, staat in groepsverzekering uitbetaling: hoeveel belasting betaal je?. De keerzijde ken je ook: het geld is pas op 66 beschikbaar, en een jonge technieker voelt 50 euro netto per maand vandaag harder dan 84 euro over dertig jaar. Daarom werkt een groepsverzekering het best als fundering onder een pakket, niet als vervanging van een marktconform brutoloon. Hoe je dat pakket opbouwt, lees je in extralegale voordelen voor technische profielen.

Het minimumrendement is jouw belofte

De Wet op de Aanvullende Pensioenen legt een rendementsgarantie op: sinds 1 januari 2025 is dat 2,50 procent per jaar op de werkgeversbijdragen in plannen met vaste bijdragen en op alle persoonlijke bijdragen, na 1,75 procent in de jaren 2016 tot 2024. De FSMA legt de rentevoet jaarlijks vast tussen 1,75 en 3,75 procent. Die garantie geeft de wet aan de werknemer, niet de verzekeraar: haalt het plan ze niet, dan moet jij als werkgever het verschil bijpassen op het moment dat de medewerker vertrekt of met pensioen gaat. Bij een klassieke tak 21-groepsverzekering dekt de verzekeraar dat risico met een eigen gewaarborgde rentevoet; bij een tak 23-plan of een pensioenfonds draag je het zelf. Vraag je makelaar dus niet alleen naar de kost, maar ook naar wie het tekort draagt als de markt een paar jaar tegenzit.

Sectorplan, DB2P en Wijninckx: wat je moet nakijken

Een algemene wettelijke plicht om een groepsverzekering aan te bieden bestaat niet, maar veel technische sectoren hebben een sectoraal pensioenplan waar je als werkgever verplicht aan bijdraagt: in de metaal, de bouw, de voeding en de chemie loopt dat via een sectorfonds, met een percentage van het brutoloon dat de sector-cao vastlegt. Zo stijgt voor de bedienden van elektrotechnische bedrijven in PC 200 de patronale bijdrage van 1,1 procent in 2026 naar 1,65 procent in 2027, en voor de bouwbedienden via Constructiv naar 1,80 procent sinds 1 januari 2026. Wil je liever een eigen plan, dan kan opting-out alleen met een plan dat minstens evenwaardig is, en nooit voor het solidariteitsluik. Elke storting moet je verzekeraar aangeven in de databank DB2P van Sigedis; je medewerkers zien die stand op mypension.be. Let tot slot op de Wijninckxbijdrage: vanaf bijdragejaar 2026 betaal je 12,5 procent, voordien 3 procent, op de aangroei van de reserves van wie boven de pensioendrempel van ongeveer 99.500 euro per jaar uitkomt, wettelijk en aanvullend pensioen samen. Sigedis rekent het uit en meldt het je. Voor een gewone technieker speelt dat niet, voor een goed betaalde plantmanager met een royaal plan wel. Reken de totale loonkost van een nieuw profiel na met onze loonkost-calculator en zet de groepsverzekering er als vaste lijn in.

Veelgestelde vragen

Is een groepsverzekering verplicht voor een werkgever?

Niet in het algemeen. Wel leggen veel sectoren een sectoraal pensioenplan op waar je verplicht aan bijdraagt, met een percentage dat de sector-cao vastlegt. Uitstappen met een eigen plan kan alleen als dat minstens evenwaardig is, en nooit voor het solidariteitsluik. Buiten zo'n sectorplan kies je zelf of je een groepsverzekering aanbiedt.

Betaalt de werknemer RSZ op zijn eigen bijdrage aan de groepsverzekering?

De bijzondere bijdrage van 8,86 procent geldt alleen op het deel dat jij als werkgever stort, niet op de persoonlijke bijdrage van de werknemer. Die wordt ingehouden op zijn nettoloon, waarop de gewone RSZ al betaald is, en geeft recht op 30 procent belastingvermindering die meteen in de bedrijfsvoorheffing verrekend wordt.

Hulp nodig bij je aanwerving?

Vertel ons welke technische rol je zoekt, we denken vrijblijvend met je mee.

Neem contact op →

Relevante vacatures

Lees ook